|
In de industriezone in Ghislenghien is de gasramp van drie jaar geleden herdacht. Op 30 juli 2004 ontplofte er een gasleiding. De explosie kostte het leven aan 24 mensen en verwondde er ruim 130 anderen. Om 8.50 uur opende een orkest de ceremonie en om 8.57 uur, het uur waarop de gasleiding ontplofte, waren er een eresaluut en een minuut van stilte. Nadien werden nabestaanden ontvangen rond de gedenksteen 'L'Elan'.
Bij de aanwezigen waren onder meer minister van Landsverdediging André Flahaut en slachtoffers van de ramp, zoals Stéphane Delfosse, een politieagent uit Aat.
'Ik voelde hoe mijn huid openschroeide' Ghislenghien, drie jaar later / Silke Van der Stockt overleefde de gasknal, haar vader kwam om MERE - Silke Van der Stockt (21) deed tijdens de zomer van 2004 vakantiewerk in het bedrijf van haar vader, op het industrieterrein van Ghislenghien. Ze overleefde de gasontploffing als bij wonder, maar houdt er zware brandwonden aan over. Haar vader Yvan (43) was een van de 24 dodelijke slachtoffers.
De ochtend van 30juli 2004 leek het begin van een doodgewone dag. Silke nam plaats achter de computer waar ze in- en uitgaande pakjes moest registeren. Het was het tweede jaar dat ze vakantiewerk deed bij Diamond Boart, het bedrijf waar haar vader al 23jaar werkte. De eerste keer was in Brussel, nu stond ze in het magazijn van de nieuwe vestiging in Wallonië.
Er waren minder mensen aanwezig dan normaal, want al heel wat collega's waren op vakantie vertrokken. '30juli was mijn laatste dag. Papa moest zaterdag nog één dag werken.'
Silke herinnert zich de leuke vooruitzichten nog. 'Ik zou 'smiddags met collega's van mijn papa iets gaan drinken. 'sAvonds gaf een goeie vriendin een verjaardagsfeestje.'
Toen begon het magazijn te trillen. 'Ik dacht aan een aardbeving. De ijzeren buizen van de airco begonnen gevaarlijk heen en weer te schudden. Sommigen zagen brokstukken naar beneden komen. We waren bang dat het gebouw ging instorten. Toen hoorden we een ontploffing. Er kwam een steekvlam voorbij de poort van het magazijn. Op dat moment is iedereen via de nooduitgang naar buiten gelopen. Nadenken deed ik toen niet, ik liep gewoon met de rest mee.'
Van de chaos op het industrieterrein herinnert Silke zich niet zo veel. 'Ik ben beginnen te gillen, want ik voelde mijn huid openschroeien. Ik liep op ongeveer honderd meter van het vuur. De hitte was ondraaglijk.'
Desondanks liep Silke naar het hek, om te kunnen ontsnappen aan deze apocalyps. 'Maar het hek was met een ijzeren ketting afgesloten. We konden niet weg. Iedereen is toen achter een hoop zand gedoken. Toen ik opkeek, zag ik een enorme vuurkolom.'
Gered door rioolbuis
Samen met enkele collega's kroop Silke onder het hek. 'Ik weet dat ik me voortdurend afvroeg: waar is mijn papa? Ze zeggen dat hij op dat moment naar mij op zoek was. Hij zou eerst terug naar het magazijn zijn gelopen om te kijken of ik nog daar was. Daarna zou hij pas over het hek geklommen zijn. Ik heb hem zien weglopen in het veld, maar ik denk niet dat hij mij gezien heeft.'
Met twee collega's kroop Silke in enkele ondergrondse rioolbuizen. 'Er is toen een vuurbal over het gebouw gevlogen, de velden in. Had ik toen niet in die riolering gelegen, dan was ik ook dood geweest. Mijn papa hebben ze in dat veld gevonden, op twintig meter van de plek waar ik lag.'
Het was koel in de riolering, wat de pijn van de brandwonden enigszins verzachtte. 'De twee Walen waren voortdurend aan het converseren, maar ik verstond er niets van. De jongen voor mij wou eruit, die achter mij wilde blijven. Ik dacht alleen aan de pijn die ik weer zou voelen als ik uit die buizen kroop. Toen heb ik mama gebeld. 'Mama, mama', riep ik, maar de verbinding werd verbroken. Mama heeft dan naar papa proberen te bellen, maar dat lukte al niet meer.'
Toen Silke uit de riolering kroop, goten brandweerlieden en omstaanders water over haar, brachten ze natte doeken en folie aan. De jongen die voor haar in de rioolbuis lag, overleefde de hitte uiteindelijk niet. 'De ambulance heeft me weggevoerd naar een schooltje, waar een tijdelijk hulpcentrum was opgericht. Ik heb daar geweend en geroepen van de pijn.'
'Elke keer als ze iemand binnen brachten, vroeg ik: is dat mijn papa?'
Kort daarna werd Silke in een kunstmatige coma gebracht, zodat ze de pijn van haar brandwonden niet meer hoefde te voelen. Ongeveer 30procent van haar lichaam had tweede- en derdegraadswonden opgelopen, zonder met het vuur in contact te zijn geweest. Met een helikopter werd ze naar de brandwondenafdeling van het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg in Leuven overgebracht.
Daar bleef ze twee maanden. Ze kreeg er verschillende huidtransplantaties. 'Van de eerste twee weken weet ik niets meer. Daarna heb ik veel gepraat met een sociaal werkster van de kankerafdeling. Dat heeft geholpen. Ik heb nu nog contact met haar.'
Eetfestijn voor transplantatie
De kosten van de peperdure huidtransplantaties zijn opgevangen door de verzekering. Extra geld van de overheid is er niet gekomen. Wel kwam er een tijdlang iemand van Slachtofferhulp langs. Enkele vriendinnen van Silke organiseerden een fuif en veilden gehandtekende voetbaltruitjes om geld in te zamelen. Vrienden en kennissen van Silkes vader organiseerden een eetfestijn. 'En dan heb ik ook nog een paar aparte stortingen gekregen.'
Vorige week onderging Silke haar tiende operatie in drie jaar tijd. 'Deze keer hebben ze het litteken op mijn hoofd weggesneden en mijn hoofdhuid bijeengetrokken. Ik durf pas de laatste maanden mijn haar met speldjes op te steken. Daarvoor droeg ik altijd een hoedje. Ik wilde niet dat iemand iets zag. Mensen durven lang te staren, ook nu nog.'
Vandaag zit Silke in haar eerste jaar Dierenzorg. Ze heeft een vriendje en draagt een T-shirt met korte mouwen, waardoor de brandwonden op haar bovenarm zichtbaar zijn. Haar operaties plant ze in de vakanties, zodat er niet te veel vragen worden gesteld.
De beelden van de ontploffing wil Silke nog steeds niet zien. 'Toen ik net uit het ziekenhuis kwam, liep ik voortdurend angstig rond. Overal en op elk moment verwachtte ik dat er weer zoiets kon gebeuren. Eén keer ben ik uit school weggelopen. Op straat waren ze aan het werken. Het geluid daarvan leek exact op het knalgeluid van de ontploffing. Het klonk als stenen die tegen containers vlogen. Dat kon ik echt niet aanhoren. Die grote angst is nu verminderd, maar ik ben nog steeds heel bang voor vuur, warmte en gas.'
Aannemers beschadigen nog elk jaar 1.000 gasleidingenDrie jaar na de tragische gasramp in Ghislenghien, waarbij 24 doden vielen, gebeuren er jaarlijks nog ruim 18.000 ongevallen met gas- en waterleidingen en elektriciteitskabels. De bouwsector blijft het aantal incidenten met kabels en leidingen bijzonder hoog vinden. Ze ziet alleen een grote daling in het aantal beschadigde telefoonkabels. Vorig jaar werden er ongeveer 5.000 minder doorgesneden dan het jaar voordien en daardoor zakte het totale aantal bij de verzekeringsmaatschappijen gekende incidenten naar 18.421. De twee jaren voordien waren dat er telkens meer dan 24.000. Er blijven zich nog wel 80 incidenten per werkdag voordoen, met kans op een zwaar ongeval.
De ramp in Ghislenghien, op 30juli 2004, werd veroorzaakt door een beschadigde gasbuis. Tegenwoordig worden jaarlijks nog altijd meer dan duizend gasbuizen beschadigd bij werken, zij het voorlopig zonder ernstige gevolgen. Netwerkbeheerder Fluxys, eigenaar van de gasleiding in Ghislenghien, zegt helaas te moeten vaststellen dat nog steeds aannemers op een bouwwerf beginnen te graven, zonder voorafgaand overleg met de exploitanten van de ondergrondse leidingen. Dat is nochtans al sinds 1988 verplicht.
'Sommige aannemers zouden ook wat graag op een werf onmiddellijk starten op basis van plannen die we hen digitaal leveren, zonder verdere uitleg. Juist dat maakt het gevaarlijk, wij willen hen op de werf zelf ontmoeten', zegt Bérénice Crabs, de woordvoerster van Fluxys.
De brandweerlui hebben sinds die dramatische julidag hun lesje wel geleerd. In overleg met Binnenlandse Zaken, de chemische sector en de beheerders van leidingen werden actiekaarten opgesteld, die per korps duidelijk maken hoe een ramp met gevaarlijke leidingen moet worden aangepakt. Op de actiekaarten staan alle details van de aanwezige leidingen en de verantwoordelijken, opdat de hulpdiensten onmiddellijk informatie kunnen opvragen over de producten in de buizen.
Verspreid over het hele land werden 44 specialisten opgeleid binnen de elf brandweerscholen. Zij zullen de volgende maanden alle verantwoordelijken binnen de brandweerkorpsen verder trainen voor interventies op gevaarlijke sites. Elke bevelhebber, tot en met sergeant, moet de cursus en oefeningen passeren.
Zowel de Brandweervereniging Vlaanderen als Fluxys vragen nadrukkelijk die actiekaarten en interventieschema's ook over te maken aan de andere hulpdiensten, zoals politie en ambulanciers. Die komen soms voor de brandweerlui op de plaats van de ramp, en horen dus te weten wat niet en wat wel kan.
De federale en Vlaamse overheid werkten na de ramp aan de herstructurering van de brandweer, lieten risicoanalyses maken van het hele Belgische grondgebied en maakten twee websites waarop aannemers hun activiteiten kunnen melden. De federale website heet KLIM, de Vlaamse KLIP. Het KLIM dekt 10.000 kilometer gas- en hoogspanningsleidingen. Het KLIP zal, na realisatie, 500.000 kilometer kabels en leidingen beheren. (gfr)
Bron: Het Nieuwsblad Forum: http://www.first-response.be/forum/viewtopic.php?t=33924 |