Startpagina arrow Rampenplanning arrow Medisch Interventieplan
Opmerkelijke gebeurtenissen
Hoofdmenu
Startpagina
Nieuws
Opmerkelijke gebeurtenissen
Dossiers
Discussieforum
Nieuwsbrief
Polls
Zoek
Updates
Algemene informatie
Hulpdiensten in Belgi๋
De Brandweer
Dringende Geneeskundige Hulpverlening
De Civiele Bescherming
Andere Diensten en organisaties
Rampenplanning
Nuttige Info
Links
STAGES - NIEUW!
Polls
Ben jij overdag als vrijwilliger beschikbaar voor jouw brandweerkorps?
 

Rampenplanning PDF Afdrukken E-mail
geschreven door Chris Dupont   
Untitled Document

Medisch interventieplan (MIP)

Dupont Chris

Er bestaan een heleboel situaties waarbij enkel de medische discipline zich moet ontplooien. In het recente verleden waren er o.a. de chloordampen in het zwembad van Kuurne, gasontploffing in Ghislenghien (Gellingen), diverse ongevallen, ...

Op dergelijk moment heeft men nood aan veel ambulances, artsen, verpleegkundigen, .... Daarom heeft men de structuur van het “Medisch Interventieplan (MIP)” gecreëerd.

Wanneer wordt een MIP afgekondigd en wat stuurt men uit?

Een MIP wordt bij welbepaalde vastgelegde criteria afgekondigd. Deze criteria zijn vastgelegd in het “Document van Gent (21 maart 1991)”.

Hierbij zijn de volgende criteria vastgelegd:

- 5 Zwaar gekwetsten;
- Meer dan 10 gekwetsten zonder te weten welke verwondingen;
- Situatie waarbij een groot aantal slachtoffers kunnen vallen (cfr Broomincident te Antwerpen in 2004).

Van het moment dat deze criteria’s bereikt worden, zal het Hulpcentrum 100 het volgende doen:

- 3 MUG – teams ter plaatse sturen;
- 5 Ambulances ter plaatse sturen;
- De “Directeur Medische Hulpverlening’ alarmeren (indien de provincie deze heeft);
- De verantwoordelijke van het Rode Kruis van die provincie alarmeren.

Aan de hand van het geschatte aantal slachtoffers zal men meer of minder middelen ter plaatse sturen. Want bij voorbeeld bij een echt grote ramp zou men zeer veel ambulances gaan nodig hebben, maar in andere delen van de provincie gaat het leven ook verder. Daar kunnen er nog steeds mensen ziek worden, een ongeval hebben en dus een ambulance nodig hebben. Dus staat in een MIP hoeveel ambulances en MUG’s er minimum in de streek moeten blijven om de hulpverlening voor de andere mensen te verzekeren.

Sommige provincies maken op voorhand al een onderverdeling in hun MIP aan de hand van het aantal slachtoffers om zo snel te weten hoeveel middelen en van waar men ter plaatse moet sturen. Niet alle provincies maken deze onderverdeling.

Het MIP is afgekondigd. Wat gebeurt er nu?

Het hulpcentrum 100 zal dus nu de nodige middelen ter plaatse sturen aan de hand van het MIP van die provincie.

Elke MUG die ter plaatse komt krijgt een eigen taak, ook dit is op voorhand vastgelegd en kan wel eens verschillen van provincie tot provincie. Namelijk in een provincie waar geen “Directeur Medische Hulpverlening (DIR – MED)” is aangeduid, zal de eerste MUG een andere taak krijgen dan in die provincie waar wel een DIR – MED is.

1) Directeur Medische Hulpverlening (DIR – MED)

Over het algemeen zegt men dat de eerste MUG die ter plaatse is de taak van DIR – MED krijgt. Dit MUG – team leidt het medische gedeelte op het rampterrein zelf.
Zij zijn niet de baas op het rampterrein van iedereen, maar enkel van de medische hulpverleners. Vanzelfsprekend heeft de brandweer – officier die de taak “Directeur Brandweer (DIR – BW)” heeft, de algemene leiding over iedereen op het rampterrein. De DIR – BW is op de hoogte van de gevaren die er kunnen zijn, vandaar dus.

ImageImage

De DIR – MED en zijn vpk doen niks anders dan de medische hulpverlening in goede banen leiden. Zij geven de andere toekomende MUG’s een specifieke taak en functie, bespreken met de DIR – BW of er gevaren zijn en of er moet geëvacueerd worden, …

Ze zijn herkenbaar aan een grijze, rode, gele kazuifel of rugstrip “DIR – MED, adj – DIR – MED, vpk – DIR – MED". Ook de oude afkorting "DMH" komt nog voor.

De DIR – MED brieft geregeld de “gezondheidsinspecteur” die in het crisiscomité zit samen met de burgemeester of gouverneur en de andere vertegenwoordigers van de hulpverleners over de toestand ter plaatse. Dit crisiscomité is meestal gelegen op het gemeentehuis, provinciehuis, brandweerkazerne, … Daar nemen ze de nodige beslissingen om bijvoorbeeld delen van woonbuurten te evacueren.

In de provincies waar een DIR – MED is aangeduid, neemt de eerste MUG deze taak op zich tot de DIR – MED ter plaatse is en krijgt dan een andere taak van hem.

2) Triage (TRI)

Het tweede MUG – team krijgt meestal de taak om de triage te doen. Zij zijn herkenbaar aan de grijze, rode, gele kazuifel of rugstrip “arts – TRI” en “vpk – TRI”.

Dit houdt in dat zij op het rampterrein een snelle evaluatie doen van de slachtoffers, de préliminaire triage genoemd. Ze duiden de ernst van de verwondingen aan bij de slachtoffers door rode, gele, zwarte schijven of stickers. Meestal is dit al gestart door de mensen van de eerste ambulance ter plaatse.

In samenspraak met de “arts – TRI” bouwen de mensen van het Rode Kruis de “vooruitgeschoven medische post (VMP)” op. (zie verder)

Eens die VMP klaar is, kunnen de slachtoffers van het rampterrein over gebracht worden naar de VMP om daar de eerste noodzakelijke zorgen te krijgen zodat ze stabiel naar het ziekenhuis kunnen vervoerd worden.

De “arts – TRI” en de “verpleegkundige – TRI” gaan dan plaatsnemen aan de ingang van deze VMP om een grondigere evaluatie te doen van de slachtoffers. Dit wordt triage genoemd. Deze keer wordt alles aangeduid op triage – kaarten of METTAG – kaarten genoemd.

ImageImage

In die provincies waar er een DIR – MED is aangeduid, krijgt meestal de eerste MUG deze taak als de DIR – MED ter plaatse is.

3) Regulatie (REG)

Natuurlijk moeten de slachtoffers ook in het ziekenhuis geraken. Maar bij een grote ramp kan men niet iedereen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis brengen. Enerzijds omdat veel mensen op eigen houtje al naar dat ziekenhuis gaan en anderzijds omdat één ziekenhuis nooit alle slachtoffers tegelijk kan opvangen.

Daarom wordt er één MUG – team, meestal de derde MUG ter plaatse, aangeduid om de slachtoffers over de verschillende ziekenhuizen in de provincie en zelfs buiten de provincie te verdelen. Zij worden “arts – regulator” en “verpleegkundige – regulator” genoemd.

Je vind ze aan de uitgang van de VMP. Ze hebben een grijze, rode, gele kazuifel of rugstrip op met “arts – REG” of “vpk – REG”.

Image

Zij maken gebruik van een “ziekenhuisverdeelschema”. Dit is een fiche waar men in één oog opslag ziet in welk ziekenhuis men hoeveel slachtoffers van een bepaalde ernst aankan en dit per uur.

Natuurlijk houden ze ook rekening met de specialiteit van het ziekenhuis en wat voor verwonding het slachtoffer heeft.

Zij moeten ook de slachtoffers met een geschikte ambulance laten afvoeren, eventueel onder begeleiding door een verpleegkundige of beademd. Hiervoor krijgen zij hulp van de “officier – ambulance” (zie verder) die de geschikte ambulance doorstuurt naar de uitgang van de VMP.

4) Vooruitgeschoven medische post (VMP)

We hebben nu de slachtoffers al geëvalueerd aan de hand van hun verwondingen en we hebben ze al overgebracht naar het geschikte ziekenhuis. Maar tussen deze twee stappen, moeten de slachtoffers nog de eerste dringende zorgen krijgen zodat ze vrij stabiel in het ziekenhuis geraken.

Dit gebeurt in de VMP, waar de vierde MUG (indien die er is) werkzaam is. Anders wordt dit gedaan door diegene die de triage deed of door de tweede MUG in de provincies waar een vaste DIR – MED is.

Ook hier herken je het MUG – team aan hun grijze, rode, gele kazuifel of rugstrip met “arts – VMP” en “vpk – VMP” op.

ImageImage

Hoe dan ook, de VMP wordt opgebouwd door de mensen van de “Snelle interventieteams (SIT)” van het Rode Kruis.

Deze zijn speciaal opgeleidt om zo een VMP in te richten en de MUG – teams te assisteren in hun zorgen.

Zij zullen de VMP inrichten volgens een vast stramien. Namelijk een rode zone voor de ernstig gewonden en een gele zone voor de minder ernstig gewonden. Deze twee zones zullen meestal dicht bij elkaar liggen omdat het materiaal wat er in nodig is ongeveer identiek is in beide zones.

ImageImage

Iets verwijdert van de rode en gele zone, zullen zij een groene zone uitbouwen voor de licht gewonden. Zij plaatsen de groene zone niet bij de andere zones om het zicht van de zwaar gewonde mensen, meestal kennissen, aan de licht gewonden te besparen.

Zijn er slachtoffers bij die zo zwaar gewond zijn en die zoveel hulpverleners en middelen vragen dat er andere slachtoffers onder lijden, dan worden deze over gebracht naar de zwarte zone. Deze ligt verwijdert van de eigenlijke VMP, ook weer om het zicht naar de andere slachtoffers toe te besparen. Deze mensen wordt het comfortabel gemaakt door bijvoorbeeld pijnstilling, maar voor de rest wordt er eigenlijk niks gedaan. Mochten alle zwaar gewonden afgevoerd zijn naar het ziekenhuis, dan worden deze mensen geholpen.

In de zwarte zone worden ook die slachtoffers die overlijden in de VMP naar toe gebracht, deze die al overleden zijn op het rampterrein blijven daar zodat het parket zijn werk kan doen.

Buiten deze verschillende zones, zal een VMP ook een duidelijke ingang en uitgang hebben. Dit om de toestroom van slachtoffers en de afvoer van slachtoffers niet door elkaar te laten lopen.

5) Officier – Ambulance

Nog een functie om te onthouden is die van “officier – ambulance”. Dit is meestal een brandweerman of iemand van het Rode Kruis (weer afhankelijk van provincie) die de parking van de ambulances (Park Amb) beheert



Image

Alle ambulances (zelf helikopters) moeten langs de ingang van het “Park Amb” binnen rijden, de begeleiders melden zich bij deze “officier – ambulance”. Daarbij vermelden zij van welke dienst zij zijn, welke kwalificatie hun bemanning heeft en welke uitrusting hun ambulance heeft.

Dit alles wordt door genoteerd en doorgegeven aan de “arts – REG” of de “verpleegkundige – REG”, zodat deze weten hoeveel ambulances ze nog ter beschikking hebben. Ook kunnen zij zo de geschikte ambulance qua uitrusting en kwalificatie van de bemanning nemen voor een slachtoffer, zodat de zorg optimaal blijft.

6) Andere functie

Sommige provincies stellen nog andere functies op in hun MIP. Zo kan het zijn dat je een “officier – VMP”, of een “adjunct – regulator – T3”, … tegen komt. Dit is zeker niet in alle provincies.

 

Opmerking: De afkortingen van de verschillende functies hier opgenoemd kunnen verschillen van provincie tot provincie.

 
© 2005 VZW First-Response
All rights reserved.