|
In de loop der jaren heeft België een aantal rampen te verwerken gekregen.
We denken hierbij o.a. het Heysel-drama, het kapseizen van de Herald of Free
Enterprise, de grote wateroverlast van 2000 en 2002 en onlangs nog de gasramp in
Gellingen. Naast deze grote rampen waarvan iedereen gehoord heeft, hebben
er ook een heleboel kleinere incidenten plaatsgevonden waar verschillende
hulpdiensten moesten samenwerken om een goede hulpverlening te verzekeren.
Gaandeweg heeft men geleerd dat er een structuur nodig is waar de diensten op
kunnen terugvallen. Er is gekozen voor een rampenplanning met Fases.
Bij een incident komen de eerste diensten ter plaatse en afhankelijk van de
ernst van het incident wordt er opgeschaald. Door op te schalen, wordt er meer
materiaal en personeel naar de plaats van het incident gebracht.
Op het werkterrein heeft men de hulpdiensten ingedeeld in verscheidene
categorieën. Deze categorieën worden disciplines genoemd. De verschillende
actoren vind je terug in deze disciplines. Voor elke discipline wordt er een hiërarchische structuur opgesteld. Een verantwoordelijke van elke
discipline komt dan in de commandopost te zitten. Bij grote incidenten zijn er 2 commandoposten. Eén ervan bevindt zich op het rampterrein: de CP-OPS, de
operationele commandopost. Hier worden alle disciplines verenigd en worden
de beslissingen genomen die de mensen op het terrein nodig hebben om vlot hulp
te bieden. De tweede commandopost bevindt zich meestal op het stadhuis: de
CP-CC, dit is een soort crisiscentrum waar de burgemeester (afhankelijk van de
fase kan dit ook de gouverneur of de minister van binnenlandse zaken zijn)
overlegt met de verantwoordelijken van de disciplines. Hier worden ook
persmededelingen gedaan. De grote beslissingen worden in dit crisiscentrum
genomen.
In de praktijk is gebleken dat er betere oplossingen bestaan dan altijd één
vast stramien hanteren. Als er bijvoorbeeld een ongeval gebeurd met een
autobus, dan kunnen er veel gekwetsten zijn. Er zijn dus veel ambulances
nodig, er moet veel medisch personeel ter plaatse komen ... maar men heeft geen
behoefte aan extra brandweermensen. Bij een opschaling naar een hogere
fase in de rampenplanning komen ook meer brandweermensen en -voertuigen ter
plaatse. Dit terwijl men enkel binnen de medische discipline versterking
nodig heeft. Omdat dergelijke situaties veelvuldig voorkomen is er op
provinciaal vlak een Medisch InterventiePlan (MIP) opgesteld. Dit laat
toe om enkel de medische discipline op te schalen in een rampsituatie.
Een onderdeel dat de laatste jaren meer aandacht krijgt, is de psychologische
opvang. Na een ongeval zijn de betrokkenen (slachtoffers en soms ook
hulpverleners) dikwijls erg aangeslagen. Er moet gezorgd worden voor
psychologische opvang. Indien nodig moet er achteraf ook psychologische
begeleiding komen. Bij grotere incidenten met veel betrokkenen is het nodig dat
die opvang een beetje gestructureerd verloopt. Daarvoor is er een
PsychoSociaal InterventiePlan (PSIP) opgesteld. Indien de omstandigheden het
vereisen komt een psychosociaal manager de zaken op het terrein in goede banen
leiden.
Wetgeving vormt terug de afsluiter van dit onderdeel.
|