Startpagina
Opmerkelijke gebeurtenissen
Hoofdmenu
Startpagina
Nieuws
Opmerkelijke gebeurtenissen
Dossiers
Discussieforum
Nieuwsbrief
Polls
Zoek
Updates
Algemene informatie
Hulpdiensten in BelgiŽ
De Brandweer
Dringende Geneeskundige Hulpverlening
De Civiele Bescherming
Andere Diensten en organisaties
Rampenplanning
Nuttige Info
Links
STAGES - NIEUW!
Polls
Ben jij overdag als vrijwilliger beschikbaar voor jouw brandweerkorps?
 
Syndicatie (Feeds)

First-Response forum

Ga naar het forum...

Nieuwsflash
Beleidsverklaring Minister L.Onkelinckx - 2009 mbt DGH PDF Afdrukken E-mail
dinsdag 02 december 2008

ALGEMENE BELEIDSNOTA 

van de Vice-eersteminister en Minister van

Sociale zaken en Volksgezondheid  8. VERBETERING VAN DE DRINGENDEGENEESKUNDIGE HULPVERLENINGDe dringende geneeskundige hulpverlening (DGH) is een van de prioriteiten van het gezondheidsbeleid die in het kader van deze regering worden opgestart.Deze prioriteit vertaalde zich in het budget 2008 dooreen verhoging met 20% van de afdeling Incidenten- en Crisisbeheer. Deze inspanningen zullen in 2009 worden voortgezet.

8.1. Dispatching DGH

De laatste jaren is het bewustzijn gegroeid dat erabsolute noodzaak is aan een verbetering van de dispatchingvan de DGH en de medische bewaking. Van dezeeerste schakel in de hulpverleningsketen, die ook deeerste geneeskundige handeling is, hangt het volledigewelslagen van de hulpverlening af. De programmawetvan juli 2004 richtte het agentschap 112 en de gespecialiseerdemedische dispatching op. De nieuwe versie van de gids voor de medischeregulatie werd gepubliceerd. Die maakt het mogelijk dekwaliteit van het beantwoorden van de noodoproependoor de aangestelden van de 100 te verbeteren.Er werd intensief en multidisciplinair samengewerktmet de vertegenwoordigers van de politie en de civieleveiligheid, wat tot een akkoord over een gemeenschappelijke visie leidde. Die moet dus in werking worden gebracht door: Verder te werken aan de uitbouw van de medische

dispatching;

 Het agentschap 112 operationeel te maken door hetcreëren van de management- en administratieve structuur,maar ook door het organiseren van de respectievelijkebehandeling van de oproepen tot de politie en totde brandweer of de medische diensten, zoals bepaald inde artikelen 205 en 206 van de programmawet.Gebruik te maken van de informatiesystemen (CADASTRID) die nodig zijn voor een moderne werking,onder meer de interface voor een intelligente oproepbehandeling. 8.2. Dispatching van de wachtdiensten huisartsen(Project «1733»)Er zal een pilootstudie inzake dispatching en regelingvan de oproepen naar de wachtdiensten van dehuisartsen door de oproepcentrales 100, via een uniekoproepnummer met 4 cijfers uitgevoerd worden:Momenteel moeten de oproepcentrales 100 de noodoproepenschiften en kiezen uit 2 mogelijke reacties:een ziekenwagen of een MUG sturen, zelfs wanneer hetsturen van een ziekenwagen of een MUG niet de meestadequate oplossing is. Deze strategie, die neerkomt ophet quasi automatisch en overdreven laten uitrukkenvan ziekenwagens, leidt tot meerkosten voor de DGH,zorgt voor een minder goede opvang en is mee verantwoordelijkvoor de verzadiging van de urgentiediensten in de ziekenhuizen. De overdracht van een beperkt aantal van deze oproepen,via een medische regulering naar de wachtdienstvan de huisartsen, zou het mogelijk moeten maken omalthans gedeeltelijk dit nutteloze beroep doen op deziekenwagens van de dienst 100 te verminderen.De continuïteit van de zorg aangeboden door dewachtdiensten van de huisartsen wordt op het terreingeorganiseerd door het instellen van dispatchingcentralesen van lokale unieke oproepnummers. Eenonbepaald aantal van de oproepen naar deze wachtdienstis bestemd voor de Dringende GeneeskundigeHulpverlening, terwijl andere oproepen, die aantonendat er overmatig een beroep gedaan wordt op de wachtdienstvan de huisartsen, toch door deze wachtdienstmoeten opgevolgd worden, als gevolg van de verplichtingvoor de dokter van wacht om op alle oproepen te antwoorden. Om al deze redenen wordt het essentieel dat erprojecten uitgevoerd worden om de haalbaarheid, derisico’s en de voorwaarden voor het aanwenden van eenmeer dynamische integratie van de wachtdiensten vande huisartsen in de medische regulatie die verzekerdwordt door de 100-centra, te evalueren.Hiertoe zullen twee proefprojecten gelanceerd wordenin het Noorden (regio Brugge) en het Zuiden (regioHenegouwen) van het land, in samenwerking met dehuisartsenkringen en de 100-centrales. 8.3. Organisatie en uitrustingSedert 2006 werden meerdere projecten gelanceerddie essentieel zijn voor een nieuwe organisatie van de

dringende geneeskundige hulpverlening:

 – PIT-project (Paramedisch Interventieteam), hetzijhet inschakelen, net zoals in verschillende partnerlanden(NL, USA, GB,…) van interventieteams die draaien rondeen verpleegkundige die houder is van de bijzondereberoepstitel intensieve zorg en spoedgevallenzorg en diehandelt op basis van standing orders onder de verantwoordelijkheidvan de spoedarts-diensthoofd. Dit team,met als uitvalsbasis een ziekenhuis, biedt een oplossingtussen de MUG en de gewone ambulance en blijkt,volgens de eerste resultaten, zeer efficiënt voor het uitbouwenvan de dringende hulpverlening in de Belgischecontext tegen een beperkte kostprijs. Het excessievegebruik van de MUG moet dus worden beperkt en dekwaliteit van de interventie met de ambulance moet in heel wat gevallen beter zijn.

 Het Paramedisch Interventieteam is tevens eenmedisch-technologisch platform voor de toekomst.Sinds 2007 zijn 10 PIT-projecten operationeel. Dezeprojecten worden voortgezet en er zullen 6 nieuw projectenworden opgestart (hiervoor is 960.000 euro voorzienin 2009). Er zal ook meer geïnvesteerd worden in decontacten tussen het PIT en de referentiearts.Een gecertifi ceerde opleiding ALS (Advanced life support)zal aangeboden worden aan de verpleegkundigen

die deelnemen aan de PIT.

 Project MUG-P:Het is duidelijk dat het instellen van een PIT het beroepdoen op een MUG vermindert. In de huidige contextvan het tekort aan spoedartsen zal dit proefproject demogelijkheden uittesten van de aanwending van eennieuwe manier van interventie van de DGH die, op basisvan de indicatie van de regulering, zal gebruikt wordenals MUG (ziekenhuisteam bestaande uit een spoedartsen een verpleegkundige spoedgevallenzorg) voor demeest ernstige interventies of als een PIT (ziekenhuisteambestaande uit een verpleegkundige spoedgevallenzorg)voor de middelmatig ernstige interventies, metals gevolg dat de MUG veel minder vaak zal moetenuitrukken en de arts bijgevolg meer tijd zal kunnen wijden aan de spoedgevallendienst.

 – Gelijklopend hiermee is een programmering van deinzetbare middelen essentieel, samen met de vastleggingvan criteria voor de erkenning van de ambulancediensten.In dit kader en in dat van de hervorming vande civiele veiligheid, moeten de opdrachten op het vlakvan de volksgezondheid die worden uitgevoerd door debrandweerdiensten, een nieuwe en duurzame plaats

krijgen binnen deze visie.

 – De projecten voor het registreren van de interventiesSMUREG en PITREG maken het mogelijk de overheidbeter te informeren over de reële werking van deDGH. Deze projecten zullen in 2009 aangevuld wordenmet de automatische gegevensopvang van bepaalderegistratiegegevens en met studies over de specifi ekepathologiegroepen hartstilstand, pijn in de borstkas enernstig trauma. Deze studies zullen gebeuren in samenwerkingmet het College Kwaliteit Urgentiegeneeskundeen voor de hartstilstand in het kader van een studie van

het European Resuscitation Council (ERC).

 – Het creëren van een wettelijke basis voor de registratievan de interventies van de ziekenwagens zalhet mogelijk maken het registratieproject AMBUREGop te starten. De defi nitieve uitwerking van de UREGregistratiein 2009 zal deze registraties vervolledigen eneen grotere reactivering van de gezondheidsbewaking mogelijk maken. – Het invoeren van de radiosystemen ASTRID moetafgerond zijn tegen eind 2008. Dit betekent niet alleendat de interventiemiddelen moeten uitgerust zijn, maarook de 100 centrales, in afwachting van een definitieve oplossing in het kader van de Astrid CAD technologiedie, met de steun van Volksgezondheid, door de FOD Binnenlandse zaken wordt geïnstalleerd. – Een deelname aan de organisatie van de DGHin de provincies Vlaams-Brabant, Waals-Brabant enLuxemburg, met de bedoeling om tot een betere dekkingte komen van het grondgebied, onder meer via eenvermindering van de interventietijd van de hulpdiensten

van de DGH.

 Tot slot zal het forfaitaire honorarium van de wachtdienstDirecteur van de geneeskundige hulpverleninggeherwaardeerd worden en van 60 euro naar 100 eurogebracht worden (146.000 euro zijn voorzien in 2009). 8.4. CompetentiesDe competenties die in België worden vereist van dehulpverleners-ambulanciers behoren tot de laagste vanEuropa. Er zullen maatregelen moeten worden getroffen,geïntegreerd in een nieuwe visie op organisatie, om ditcompetentieniveau redelijkerwijs op te trekken.De inschrijving van de hulpverleners-ambulanciersbij de gezondheidsberoepen zal het mogelijk maken dewettelijke basis te verschaffen waarmee ze bepaaldehandelingen kunnen uitvoeren die voorbehouden zijnaan de gezondheidszorgberoepen: dit is voorzien inhet ontwerp van gezondheidswet dat in de Kamer in onderzoek is. Voor de herziening van het programma en de certifi catiemethodesvan de opleidingscentra voor hulpverlenersambulanciers,waarvoor er reeds een positief advieskwam vanwege de Nationale Raad voor Dringendegeneeskundige Hulpverlening, zal zo spoedig mogelijkeen wettelijke basis worden voorgesteld. De aandacht zalhierbij ook uitgaan naar internationale benchmarking. 8.5. eCallDiverse projecten, zowel afkomstig van de verzekeringsmaatschappijenals van de autoconstructeurs,stellen voor om, vanuit een voertuig dat in moeilijkhedenverkeert, een bepaald alarmsignaal naar een oproepcentralete sturen die het, na validatie, eventueel kanverder sturen naar een van de oproepcentrales van het land (100-centrales).

 Zowel op het niveau van de dringende geneeskundigehulpverlening als van dat van de politiediensten, is er eenconsensus inzake de interesse voor een dergelijk projectdat zeker toekomst heeft en waarmee de hulpverleningaan de burger op een andere manier kan gebeuren.Hiertoe moet echter het wettelijk kader gecreëerdworden en moet men defi niëren hoe de oproepen zullenbehandeld worden, onder meer door integratie van deautomatische oproep, de interventie van een intermediairbehandelingscentrum, de validatie van de alarmoproepen de bescherming van de private levenssfeer, vooraleer

eCall in werking kan komen.

 Deze automatisering geldt eveneens voor het in dienststellen van de AED (Automatische Externe Defi brilators)die toegankelijk zijn voor het publiek en die gekoppeldzijn met de oproep naar de Dringende GeneeskundigeHulpverlening via het eengemaakt oproepnummer100/112.  De Minister van Sociale Zakenen Volksgezondheid,

Laurette ONKELINX

Forum:  http://forum.first-response.be/viewtopic.php?f=6&t=38609&p=233915#p233915 

 

 
< Vorige   Volgende >
© 2005 VZW First-Response
All rights reserved.