Colum: de 100 raast de huisarts voorbij...
wat doe je als je dringend medische hulp nodig hebt... of denkt nodig te hebben? Dan bel je gewoon 100....
Die reflex heeft elke Belg. Luttele minuten later staat er een ziekenwagen en wordt je prinsheerlijk
naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis vervoerd. Bekwaam personeel, goede chauffeurs, buren die
gluren vanachter de gordijntjes... en de rekening is voor later.
Zo’n laagdrempelig en indrukwekkend systeem van ‘spoedeisende hulp’ kan een huisarts
nooit bieden.... Hij of zij wil niet voor elk akefietje meteen uitrukken. En als de huisarts
dan toch de baan opgaat voor een ‘dringend geval’, dan mag zijn auto niet prioritair rijden
en daar bovenop vindt de huisarts natuurlijk geen parkeerplaats in de directe buurt van de
oproeper... Terwijl de ziekenwagen van de honderd met flikkerende lichten midden op
de weg staat.
Wat is het succes van de 100? Elke oproep beantwoorden met de grote middelen. De
100-dispatcher heeft enkel de keuze: een ziekenwagen laten uitrukken of een
Mug-interventie. Ook al voelt de ervaren dispatcher aan dat noch een ziekenwagen,
noch een Mug de beste oplossing zou zijn voor een concrete oproep... de huisarts
inschakelen kan niet! De wet laat dat niet toe.
En dat is een grote handicap voor ‘de honderd’, maar ook voor de huisarts! Wij staan
gewoon buitenspel in het goed draaiende en performante systeem van dringende
medische hulp. Het tegengewicht van ‘bel eerst je huisarts’ is een lachertje, als elke
Belg weet dat ‘als seconden tellen, je de 100 moet bellen’. Willen we meedraaien in de
dringende medische hulp, dan hoort onze plaats in het 100-systeem en niet in een
kreupel parallel circuit. En misschien moeten we maar meteen de grote stap zetten en
aan de telefoon van de 100 plaatsnemen! Met een gepaste opleiding zijn huisartsen
perfecte dispatchers en kunnen zij een situatie adequaat inschatten. Wanneer is het
opportuun om de patiënt naar zijn huisarts te verwijzen? Wanneer is een ziekenwagen
op zijn plaats, en wanneer de Mug? Onze ervaring, omkaderd met de gepaste communicatietechnieken, moet zo’n opvang mogelijk maken.
Het herwaardeert onze rol in de dringende medische hulpverlening. De oproeper krijgt
een hooggeschoolde dispatcher aan de lijn. Er volgt een deskundig gesprek... en er is
veel meer kans dat de gepaste hulp uitrukt voor het probleem dat zich aandient: de
vaste huisarts, een huisarts van wacht, een ziekenwagen of een Mug. En bij een ‘te
lichte inschatting’ van de situatie kan de opgetrommelde huisarts nog altijd een
ziekenwagen of Mug laten aanrukken. Zo vangen we ‘fout-pluis’ ingeschatte oproepen
correct op, en vermijden we toeters en bellen voor onbenulligheden.
Als de huisarts zijn plaats krijgt in en met het 100-systeem, verandert ook meteen het
landschap van ‘huisartsenwachtdiensten’. Want jij, collega, staat er dan niet moederziel
alleen voor als het aantal huisartsen maar blijft dalen en uiteindelijk... jij, als enig
overgebleven huisarts van een regio, altijd van wacht zal moeten zijn....
DR. DIRK AVONTS
Bron: De Huisarts