17 maart 2007 verscheen in the Lancet een artikel van Japanse onderzoekers. Hierin wordt gesteld dat de uitkomst van reanimatie aanzienlijk verbetert, als wordt afgezien van mond-op-mond beademing en uitsluitend borstcompressie wordt gegeven. De NRR sluit zich aan bij het standpunt dat hierover wordt ingenomen door de Europese Reanimatie Raad (ERC) en ziet dan ook geen reden haar richtlijnen aan te passen.
18 maart 2007
De auteurs van een observationele studie die werd uitgevoerd in Japan concludeerden dat hartmassage
zonder beademing door omstaanders te verkiezen is boven conventionele reanimatie (hartmassage gecombineerd
met mond-op-mond beademing) voor hartstilstand buiten het ziekenhuis (*). Van de slachtoffers die
behandeld werden met alleen hartmassage had 6% een goed neurologisch herstel, in vergelijking met 4%
in de groep die met conventionele reanimatie werd behandeld. Slachtoffers die geen reanimatie kregen van
omstaanders, hadden een overleving van slechts 2%, dit is duidelijk slechter dan de groepen die wel reanimatie
kregen.
Hartmassage zonder beademing kan aangewezen of zelfs te verkiezen zijn tijdens de eerste minuten na het
begin van de hartstilstand, indien de oorzaak van de hartstilstand in het hart zelf gelegen is. Maar beademen
zal noodzakelijk zijn voor hartstilstand die langer aanhoudt, of indien de oorzaak van de hartstilstand longziekte
is, verdrinking, trauma, of bij kinderen. De studie in Japan werd uitgevoerd in 2002-2003. De 2005
richtlijnen voor reanimatie voerden echter verschillende wijzigingen in, zoals een toename van de compressie:
ventilatie verhouding van 15:2 naar 30:2, wat leidt tot een aanzienlijke toename van het aantal compressies.
Het is waarschijnlijk dat de resultaten van deze nieuwe studie anders zouden geweest zijn indien de
leken in Japan conventionele reanimatie volgens de 2005 richtlijnen hadden toegepast.
De bestaande richtlijnen van de Europese Reanimatieraad (ERC) stellen dat hartmassage zonder beademen
dient toegepast te worden voor hartstilstand buiten het ziekenhuis indien de hulpverlener geen mond-opmond
beademing kan of wil toepassen, omdat iedere reanimatie beter is dan geen reanimatie. De richtlijnen
geven ook aan dat hartmassage zo weinig mogelijk mag onderbroken worden. Personen die opgeleid zijn om
conventionele reanimatie toe te dienen, blijven dit daarom best zo uitvoeren.
De ERC publiceerde zijn herziene richtlijnen in december 2005. Ze werden ondertussen in gebruik genomen
door professionelen en leken in alle Europese landen. Deze richtlijnen weren ontwikkeld door een internationale
groep van experts in reanimatie, die alle eerder gepubliceerde studies van hartstilstand buiten het
ziekenhuis bestudeerden, waarbij reanimeren zonder beademen werd vergeleken met conventionele reanimatie.
De internationale consensus was dat het bewijs voor reanimeren zonder beademen onvoldoende was
om de conventionele reanimatie (met beademen) te vervangen. De ERC is van oordeel van de bevindingen
van de Japanse studie geen overtuigend bewijs leveren om de richtlijnen, die nog maar recent werden aangepast,
onmiddellijk te wijzigen. De ERC voorziet pas een eventuele aanpassing van de richtlijnen nadat in 2010
alle nieuwe studies rond reanimatie op internationaal niveau geëvalueerd zijn.
Dr. David Zideman
Voorzitter European Resuscitation Council
Dr. Rudolph Koster
Voorzitter werkgroep Basic Life Support, European Resuscitation Council
Referentie
SOS-KANTO study group. Cardiopulmonary resuscitation by bystanders with chest compressions only (SOSKANTO):
an observational study. Lancet 2007; 369: 920-26