|
BRUSSEL - Alle Belgische brandweerkorpsen moeten de burgers in de toekomst
kunnen waarborgen twaalf minuten na een noodoproep op de plaats van een brand
te zijn. Om dat te bereiken moet er een einde gemaakt worden aan het systeem
van gemeentelijke brandweerkorpsen. Er moeten brandweerzones komen, naar het
voorbeeld van de politiezones.
Tot die uitdaging en conclusies komt een commissie onder het voorzitterschap
van de Antwerpse provinciegouverneur Camille Paulus. Zij werd in opdracht van
minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (VLD) opgericht na de gasramp
vorig jaar in Ghislenghien. In de commissie bestaat volgens Guy Van de Gaer,
de voorzitter van de Vlaamse Brandweerfederatie, een consensus over het feit
dat de huidige Belgische brandweerorganisatie opgedoekt moet wordenen dat er
een einde moet komen aan de gemeentelijke autonomie. ,,Dat leidt tot te veel
versnippering'', aldus Van de Gaer. De commissie stelt daarom voor zones in
te richten, met de burgemeesters van de gemeenten in een coördinerende
functie en op uitvoerend vlak een college van brandweercommandanten. Samenwerking
tussen sommige gemeenten bestaat al op vrijwillige basis, maar is volgens de
commissie te vrijblijvend.
De omschakeling naar brandweerzones moet een netwerk van brandweerkazernes
creëren, die op een uniforme manier worden uitgerust. En daarin moet meteen
een nieuwe werkwijze van kracht worden, waarbij over de gemeentegrenzen heen
het brandweerkorps dat het dichtstbij de vuurhaard is, naar de plaats van de
ramp snelt. ,,We rekenen op twaalf minuten om ter plaatse te zijn. Twee minuten
voor het verwerken van de noodoproep, twee minuten voor het korps om zich klaar
te maken en te vertrekken, en acht minuten effectieve rijtijd'', aldus Camille
Paulus, die maandag over het rapport verslag uitbracht bij Dewael.
Volgens Guy Van de Gaer zit de na te streven tijd alleszins tussen de twaalf
en de veertien minuten. Brandweerlui zelf zeggen dat een kwartier na de brand
aankomen gelijkstaat met een hopeloze situatie. ,,Steek eens vijftien minuten
je vinger tussen een bankschroef en draai ze elke dertig seconden nog wat aan.
Je komt daar niet goed uit. Hetzelfde geldt voor een brand die al vijftien minuten
woedt, zegt de ACOD-hoofdafgevaardigde van het Antwerpse korps, Walter Huybrechts.
Van de Gaer noemt het principe van de dichtstbijzijnde eenheid, nog lang niet
verworven. ,,Nog vaak snellen wij de kazernes van collega's voorbij als we naar
een brand rijden.''
De commissie stelt ook dat er in elke brandweerwagen minimum zes brandweerlui
aanwezig moeten zijn. Voor de 12.043 vrijwilligers moet een bereikbaarheidsgarantie
worden ingebouwd. Ze moeten net als hun 5.735 professionele collega's ruimte
en tijd krijgen om hun brandweerjob te doen.
12/04/2005 Guy Fransen
|